Hallo, bezoeker | Login | Maak een gratis account.

Belgisch melkschaap

Belgisch melkschaap

Beschrijving:

Het Belgisch Melkschaap van vandaag is nog altijd hetzelfde als dat van enkele eeuwen geleden.

Dit ras werd sterk be´nvloed door het Fries melkschaap en behoort tot de groep van de landschapen die voorkomen over  de hele lengte van de Noordzeekusten.

Om verschillende redenen werd vergeten dit dier verder te ontwikkelen.

Het schaap verloor zijn melk- en vleesfunctie door de opkomst van het rundvee, ook de wolfunctie ging verloren.

Melkschapen zijn zeer vruchtbaar met gemiddeld meer dan twee lammeren per worp. Een schaap in topconditie levert ongeveer 2 liter per dag. Het Belgisch melkschaap staat hoog op zijn poten en is gemakkelijk herkenbaar aan zijn licht behaarde buik zonder wol.

Dit schaap is geen kuddedier. Het gedraagt zich eerder zoals een geit. Het is dus niet geschikt om in kuddes mee rond te trekken.

De melk van deze schapen heeft een zachte, romige smaak.

De gemiddelde schofthoogte van een ooi is 75 cm en van een ram 85 cm.

Doordat melkschapen gemakkelijk kunnen werpen worden de rammen dikwijls ingezet voor kruisingen.

Het Belgisch melkschaap is een groot schaap, het beenwerk is fijn.

De vacht is roomkleuring, maar de buik, de kop, de staart en de rozet rond de staartinplanting en een gedeelte van de nek zijn licht behaard en zonder wol.

* Extra info:

De ware geschiedenis: Van het Belgisch melkschaap.

De benaming “Belgisch melkschaap” is een uitvindsel van verfranste Brusselaars zoals Scaunet, die in de dertiger jaren aan de basis stonden van het officiŰle stamboek. Zij hebben het melkschaap dat reeds sinds de middeleeuwen in Vlaanderen werd gekweekt, omgedoopt van Vlaams melkschaap tot Belgisch melkschaap, alhoewel dit schaap nooit  voorkwam in WalloniŰ vˇˇr de oprichting van het stamboek. Hetzelfde lot is het Brabantse trekpaard beschoren geweest: het heet nu Belgisch trekpaard.

Het Vlaams melkschaap behoorde tot de melkschapenrassen die in de middeleeuwen voorkwamen in de Noordzeekuststreken, van NormandiŰ tot Denemarken.

Het Normandisch melkschaap is uitgestorven, maar heeft nazaten in het huidige Lacaune-schaap (waarvan de melk de grondstof is voor de Roquefort-kaas). De volgende groep werd gevormd door het Vlaamse en het Zeeuwse melkschaap. Een afbeelding (van geschoren melkschaap met lam) op een 17de-eeuws schilderij in bijlage, van de Hollandse schilder Paulus Potter( 1625-1654). Het verschil tussen beide is miniem: Zeeuwse melkschapen hebben wol op de buik en zijn wat compacter van silhouet. Volgende groep zijn de Friese: West-Friese in Nederlands Friesland, en Oost-Friese in Duits Friesland tot Denemarken. Deze rassen zijn grover van bouw, hebben lange gedraaide wolharen en hebben vaak een licht gespikkeld haarkleed. Bij de Oostfriezen zijn er ook zwarte.

In de VS noemt men alle melkschapen, zonder onderscheid, East Friesians, omdat dat de enige waren die in de 19de eeuw, vˇˇr het totale invoerverbod voor schapen, werden ingevoerd.

De wol van het Vlaamse melkschaap is omwille van zijn lange effen wolharen uiterst geschikt voor het maken van stevige draden voor bovenkleding en voor tapijten. Eeuwenlang waren de Vlaamse melkschapen de leveranciers van de grondstof voor de beroemde Vlaamse wandtapijtindustrie (gobelins). Elk koninklijk hof in Europa, en in navolging de hoge adel en geestelijkheid, zag zich aan zijn status verplicht te pronken met reusachtige Vlaamse wandtapijten.

 Voor de Nederlanders was het Vlaamse melkschaap “het Vlaams schaap”, niet wat nu het Vlaams schaap wordt genoemd. Dit laatste behoort  tot de groep van heideschapen. Dit  werd niet in de eerste plaats gehouden voor de melk, maar wel voor de (minder kwalitatieve) wol en het vlees. Het huidige ‘Vlaams schaap’ is een kruising tussen melkschapen en heideschapen, wat niet luidop mag gezegd worden.

De wol voor de middeleeuwse lakenindustrie kwam niet van deze heideschapen, maar werd ingevoerd uit Engeland, omdat die superieur van kwaliteit was. Vandaar dat de Vlamingen eind 13de eeuw de zijde van Engeland kozen in de strijd tussen Engeland en Frankrijk (een van de aanleidingen tot  de guldensporenslag).

*Bron: GSA