Hallo, bezoeker | Login | Maak een gratis account.

Kameleon

Kameleon

Beschrijving:

Kameleons (Chamaeleonidae) zijn een familie van hagedissen, en een van de weinige groepen van reptielen die bij het grote publiek bekend zijn. Dit komt door het bizarre uiterlijk, het vermogen om van kleur te veranderen en de interessante levenswijze. De wetenschappelijke naam Chamaeleon komt uit het Grieks en betekent aardleeuw (chamai = op de aarde, leon = leeuw). Er zijn ongeveer 160 verschillende soorten, waarvan enkele wat bekender zijn, zoals de gewone kameleon en de panterkameleon. De meeste soorten hebben echter geen Nederlandse naam.

In Afrika spelen kameleons een rol in lokaal bijgeloof, zo zou met behulp van een kameleon een diagnose kunnen worden gesteld, ook zouden kameleons ongeluk brengen en gaan mensen ze hierdoor uit de weg.

Verspreiding en habitat

Kameleons komen voor in Afrika, Azië, Europa en het Midden-Oosten. Ook in de Verenigde Staten komen soorten voor op Hawaï en in de staat Florida (staat), maar deze soorten zijn uitgezet. Oorspronkelijk zijn de kameleons ontstaan op Madagaskar een groot eiland ten zuidoosten van Afrika, ze hebben zich van daaruit verspreid naar het vasteland van Afrika en de andere werelddelen. Op Madagaskar en in Afrika komen ook de meeste soorten voor.

In Europa komen rond het Middellands Zeegebied diverse soorten voor tot in Turkije en grote delen van het Arabisch Schiereiland. In zuidwestelijk Azië is de soort Chamaeleo zeylanicus te vinden, die gescheiden van alle andere kameleons leeft in India, Pakistan en Sri Lanka. Het verspreidingspatroon van de kameleons, in het bijzonder Chamaeleo zeylanicus, werd vroeger gebruikt als bewijs voor de verschuiving van de aardplaten maar dit is achterhaald. Kameleons kunnen niet zwemmen en hebben zich waarschijnlijk verspreid door op drijvende vegetatie de oceanen over te steken.

Kleur

Kameleons staan bekend om hun vermogen om van kleur te veranderen, ze kunnen dat niet alleen vrij snel maar ook vindt soms een volledige kleuromslag plaats; van heldere kleuren naar donkere kleuren tot bijna zwart. De kleurverandering vindt plaats door de pigmentcellen in de huid te herverdelen, tot de gewenste kleur bereikt is.
Vroeger werd gedacht dat kameleons hun kleuren kunnen aanpassen aan een omgeving die niet lijkt op de natuurlijke habitat, dit is echter niet juist. Kameleons hebben wel een basiskleur waarbij ze niet opvallen in hun natuurlijke leefgebied, maar zouden in een andere omgeving afsteken tegen de achtergrond.

De basiskleur hebben ze als ze zich op hun gemak voelen of slapen en als de weersomstandigheden ideaal zijn. De basiskleur lijkt vaak op de omgeving, de boombewonende soorten zijn groen van kleur om niet op te vallen tussen de groene planten terwijl de bodembewonende bladkameleons uit het geslacht Brookesia bruin zijn en lijken op verdorde (bruine) bladeren. Afwijkende weersomstandigheden in de lichtintensiteit, de luchtvochtigheid en de temperatuur hebben ook invloed op de kleur.

Met name als een kameleon opgewonden is of stress ondervindt kan de kleur binnen korte tijd dramatisch veranderen. Een zieke, angstige of boze kameleon kleurt zeer donker tot bijna zwart, soms met felgekleurde vlekjes om vijanden of soortgenoten af te schrikken. Tijdens de paartijd wordt het vermogen om drastisch van kleur te veranderen door de verliefde mannetjes gebruikt om de te vrouwtjes verleiden. Vooral de kleuren van zwangere vrouwtjes die dienen om de verliefde mannetjes op afstand houden zijn spectaculair, zo komen heldere gele, blauwe of roze kleuren voor.

Kameleons zijn niet de enige hagedissen die van kleur kunnen veranderen, ook veel gekko's en anolissen en zelfs andere reptielen zoals sommige slangen en schildpadden kunnen hun kleur aanpassen.

Kenmerken

Kameleons verschillen sterk in grootte, de soorten variëren in lengte van enkele centimeters tot bijna 80 cm. Met name grotere soorten zijn seksueel dimorf: mannetjes worden gemiddeld veel groter dan vrouwtjes, soms twee keer zo groot (zoals bij Oustalet's kameleon). Bij sommige soorten is het net andersom en wordt juist het vrouwtje groter (bijvoorbeeld O'Shaughnessy's kameleon). Kameleons zijn aan de lichaamsbouw meestal makkelijk van andere groepen hagedissen te onderscheiden door het sterk zijdelings afgeplatte, blad-achtige lichaam, de aangepaste grijppoten, de opvallende oprolbare grijpstaart en de relatief grote en uitpuilende ogen. Alle kameleons hebben een schietende tong, maar dit wordt in de praktijk maar zelden waargenomen.

De klauwen doen denken aan wanten, de vingers en tenen zijn gepaard en staan tegenover elkaar. Een kameleon heeft vijf tenen: twee tenen aan de ene en drie tenen aan de andere kant van de poot. Deze aanpassing van de poten om zich beter aan takken vast te houden komt ook voor bij andere dieren zoals vogels en wordt zygodactyl genoemd.
Kameleons hebben een oprolbare grijpstaart, met de staart kan de kameleon als een aap aan een tak hangen, het gehele gewicht dragend. Bij sommige bodembewonende soorten is de staart sterk gedegenereerd.

De ogen wijken sterk af van die van andere reptielen, ze zijn zeer bol en puilen duidelijk uit. De oogleden zijn gefuseerd, met in het midden een relatief klein gaatje voor de pupil, de iris is niet te zien. De ogen kunnen onafhankelijk van elkaar objecten waarnemen, wat de kameleon een zichthoek geeft van 360 graden zonder het lichaam te bewegen.

Als een kameleon een mogelijke prooi ziet, wordt voor de tong uit de bek komt de kop zo gedraaid dat de prooi eerst nauwkeurig gelokaliseerd wordt door er beide ogen op te richten. Hierdoor kan de kameleon in tegenstelling tot alle andere reptielen een driedimensionaal beeld vormen van het doel, en zo de afstand en positie bepalen. De kameleon gebruikt vervolgens zijn gespecialiseerde tong om prooien te vangen zonder zelf te bewegen, wat een unieke jachtmethode is in de dierenwereld en bij alle kameleons voorkomt. Heel lang werd gedacht dat de tong oprolbaar was en een kleverig uiteinde had. De tong is echter elastisch en wordt uit de bek geschoten door er snel lucht in te pompen. Het uiteinde heeft een zuignap-achtige vorm en kan vacuüm gezogen worden om de prooi te hechten. De tong schiet in nauwelijks een halve seconde uit de bek en hecht zich aan het insect, en wordt vervolgens met prooi en al teruggetrokken waarna deze wordt verkleind tussen de kaken.

Kameleons staan naast hun karakteristieke bouw bekend om hun opvallende 'toeters en bellen' zoals kammen, stekelrijen, keelzakken en oorkwabben in allerlei vormen en combinaties. Bij geen enkele andere groep van de hagedissen zijn deze kenmerken zo ontwikkeld als bij de kameleons; er zijn wel andere hagedissen met bijvoorbeeld een keelzak of hoorntjes maar deze zijn nooit zo sterk ontwikkeld als bij de kameleons. De Jemenkameleon (Chamaeleo calyptratus), heeft een zeer grote kam-achtige vergroeiing van de schedel, een voorbeeld van een gehoornde kameleon is de Jacksonkameleon (Chamaeleo jacksonii). De stekelkameleon (Furcifer verrucosus) heeft een puntige rugkam.

Kameleons hebben in tegenstelling tot de meeste hagedissen geen orgaan van Jacobson waarmee ze geuren kunnen waarnemen en zijn waarschijnlijk doof omdat zowel inwendige als uitwendige gehoororganen ontbreken. Wel kunnen trillingen van bijvoorbeeld takken gevoeld en geproduceerd worden, dit wordt waarschijnlijk gebruikt voor de communicatie.

Ontwikkeling

Kameleons worden meestal geboren uit een ei, maar sommige soorten zijn eierlevendbarend en brengen levende jongen ter wereld. Als een mannetje een vrouwtje gevonden heeft vindt er voor de paring een paringsritueel plaats. Enkele maanden later zal het vrouwtje omlaag klimmen en de eitjes afzetten, meestal in een zelf gegraven holletje. Het aantal eitjes verschilt sterk; van enkele tot vele tientallen eitjes, soorten die slechts enkele eitjes afzetten doen dit vaak meerdere keren per jaar. De incubatietijd is vrij lang, pas na een paar maanden tot een jaar komen de eitjes uit, van de Parson's kameleon (Calumma parsonii) die leeft in het oosten van Madagaskar wordt vermoed dat de eitjes pas na twee jaar uitkomen.

De juvenielen hebben vaak een andere kleur dan de ouders en missen nog de kenmerkende eigenschappen van de ouderdieren als uit-stekende oorkwabben of hoorns. Ze zijn vaak al na een half jaar volwassen maar kameleons leven relatief kort, veel soorten worden 2 tot 4 jaar oud, weinig soorten bereiken een leeftijd van meer dan 10 jaar.

Gedrag: een bange gewone kameleon kleurt bijna zwart, laat de keelzak zien en spert de bek open.

Verdediging: de binnenzijde van de bek van Rieppeleon brevicaudatus is blauw van kleur om af te schrikken.

Zoals de meeste hagedissen zijn kameleons overdag actief, voornamelijk vlak na zonsopgang en in de namiddag voor zonsondergang. Op het heetst van de dag kruipen ze weg om te schuilen. De rest van de dag loeren kameleons op prooidieren en bewegen zo min mogelijk. Het zijn zeer solitaire dieren die soortgenoten niet dulden en dreiggedrag vertonen als het territorium wordt betreden. Vooral mannetjes in de paartijd vechten net zolang tot er één is uitgeput, maar ook vrouwtjes kunnen elkaar niet uitstaan. Zelfs mannetjes en vrouwtjes buiten de paartijd houden het niet lang met elkaar uit.

De meeste hagedissen betreden het water niet graag, maar zijn als het moet goede zwemmers. Kameleons daarentegen kunnen absoluut niet zwemmen, hier zijn ze veel te stijf voor. Een ander verschil met vrijwel alle andere hagedissen is de trage motoriek, kameleons staan bekend om hun slome tred. Veel soorten maken wiegende bewegingen om een in de wind bewegend blad na te bootsen.

Veel tot de leguaanachtigen behorende hagedissen kennen een vorm van communicatie door met de kop te knikken of met de poten te zwaaien. De communicatie bij kameleons verloopt voor een groot deel door het aannemen van een bepaalde kleur. Ook kunnen sommige soorten trillingen produceren, kameleons kunnen trillingen van de bodem of de tak waarop ze zitten ook goed waarnemen. Alle kameleons zijn doof omdat ontwikkelde externe en inwendige gehoororganen ontbreken.

Voedsel, vijanden en verdediging

Kameleons zijn zonder uitzondering carnivoor; kleine soorten eten vrijwel alleen insecten en zijn insectivoor, ze werken met name als ze nog moeten groeien grote hoeveelheden insecten weg. De meeste soorten eten alles wat er eetbaar uitziet en zelfs het eigen nageslacht is niet veilig, kameleons zijn kannibalistisch en kunnen relatief grote prooien aan. Van enkele soorten is beschreven dat ook plantaardige delen zoals bessen worden gegeten. Kameleons eten niet veel als ze volwassen zijn, jonge dieren en zwangere vrouwtjes hebben meer voedsel nodig.

Natuurlijke vijanden zijn slangen en roofvogels, maar ook door de mens geïntroduceerde roofdieren zoals honden en katten maken jacht op kameleons. De belangrijkste niet-natuurlijke vijand is de mens; als gevolg van de wereldwijde habitatvernietiging en het verzamelen van exemplaren voor de handel in exotische dieren gaan veel soorten kameleons in aantal en verspreidingsgebied achteruit.

Kameleons zijn over het algemeen slome dieren, maar om aan een belager te ontsnappen kunnen ze soms een korte sprint maken, de meeste soorten laten zich op de grond vallen. Sommige kameleons maken zoemende geluiden als ze worden opgepakt. Bij verstoring kleuren veel soorten donkerder tot bijna zwart en maken luide blazende tot sissende geluiden waarbij de bek wijd wordt opengesperd. De binnenzijde van de bek is bij sommige soorten blauw gekleurd als extra verrassingseffect. Grote exemplaren kunnen met de bek stevig bijten als ze worden opgepakt. Eventuele hoorns of stekels worden niet gebruikt voor de verdediging.

In gevangenschap

Een aantal kameleons wordt in het wild gevangen en als huisdier verkocht in gespecialiseerde dierenwinkels. Kameleons zijn echter niet geschikt als beginnerssoort, omdat ze moeilijk in leven te houden zijn en hoge eisen stellen aan de verzorging in een kunstmatige leefomgeving, ze kunnen bijvoorbeeld slecht tegen stress. Wildvangdieren ondervinden vaak veel stress van het transport en dragen bovendien niet zelden parasieten bij zich, waardoor ze een slechte start hebben en vaak al ziek zijn als men ze aanschaft. Nakweekdieren, die in gevangenschap zijn geboren, hebben deze nadelen niet of in mindere mate maar bij veel soorten is nakweek een zeldzaamheid en zijn de dieren peperduur.

Kameleons moeten dagelijks voorzien worden van vitaminen en kalk, vooral de zwangere vrouwtjes hebben veel kalk nodig voor de ontwikkeling van de eitjes en halen dit bij een eventueel tekort uit de eigen botten waardoor ze sterk verzwakken. Veel soorten drinken niet uit een bakje maar likken dauwdruppels op die door nevelen kunnen worden nagebootst. Bij veel soorten graven de vrouwtjes een hol waarin de eitjes worden afgezet, hier dient rekening mee gehouden te worden bij de keuze van het bodemsubstraat.

Tegen mogelijke vijanden als de mens wordt agressief gereageerd door opensperren van de bek en sissen, waardoor kameleons geen aaibare dieren zijn. Het aanraken of bang maken van een kameleon om zo een kleuromslag te veroorzaken is zeer slecht voor het dier. Kameleons zijn niet erg actief omdat hun gehele fysiologie erop is ingesteld om zo min mogelijk te bewegen. Hierdoor wordt een kameleon als huisdier als het nieuwe eraf is al snel 'saai'. Het zich in gevangenschap laten voortplanten van kameleons, wat de terrariumliefhebber zich ten doel stelt, is bij veel soorten zelfs nog nooit gelukt. Hierdoor is over de voortplanting van veel soorten kameleons nog weinig bekend.

Indeling van de kameleons

Kameleons behoren tot de leguaanachtigen (Iguania), ze hebben veel gemeen met de familie agamen, onder andere het gebitstype lijkt meer op dat van de agamen dan op het gebit van de leguanen. Ook met de anolissen delen kameleons veel kenmerken, maar anolissen zijn meer verwant aan de leguanen dan aan de agamen.

Kameleons worden verdeeld in twee onderfamilies: de 'echte kameleons' of Chamaeleoninae en de blad- en kortstaartkameleons uit de onderfamilie Brookesiinae. Soorten uit deze laatste groep komen alleen voor op Madagaskar (Brookesia) en Afrika (Rhampholeon) en leven op de bodem van het bos tussen de bladeren, ze hebben vaak een kleine staart maar zijn goed gecamoufleerd en lijken op een dood blad.

Vrijwel alle andere kameleons leven op enige afstand van de bodem in bomen en struiken in warme, vochtige beboste gebieden, meestal tropische regenwouden of bergbossen. Er zijn ook uitzonderingen die in droge, kale omgevingen zoals woestijnen leven of tot de sneeuwgrens voorkomen in berggebieden. Een voorbeeld is de in Europa voorkomende gewone kameleon (Chamaeleo chamaeleon), die onder andere in halfwoestijnen en graslanden leeft. Deze soort is ook een van de weinige echte kameleons die regelmatig op de bodem komt.

Bron: Wikipedia