Hallo, bezoeker | Login | Maak een gratis account.

Korenslang

Korenslang

Beschrijving:

Het geslacht Elaphe dat in Nederland rattenslangen genoemd wordt, heeft een zeer groot verspreidingsgebied. Op het Ame≠rikaanse continent van het noordelijkste deel van de USA tot Costa Rica in het zuiden, midden en zuid Europa, AziŽ en de Maleise eilandengroep.

Wat de meeste Elaphe-soorten uit Amerika gemeen hebben is dat ze niet alleen erg mooi zijn, maar dat ze buitengewoon geschikt zijn om in een terrarium te houden. Dat laatste kan niet bepaald gezegd worden van de andere vertegenwoordigers van dit geslacht in de rest van de wereld, behalve als het om nakweek dieren gaat. Juist de korenslang uit het zuidoosten van de USA behoort tot ťťn van de mooi≠ste, en wordt door velen als de mooiste Elaphe-soort in Ame≠rika beschouwd. Hoewel de korenslang in 2003 opnieuw werd benoemt als Pantherophis guttatus vermoed ik dat de naam Elaphe guttata eeuwig zal voortbestaan. Wat betreft de grootte behoort hij tot de middelgrote slangen, de lengte van volwassen exemplaren varieert normaal gespro≠ken van 76 tot 122 cm. Het langste exemplaar dat tot nu toe is gevonden overschrijdt met zijn 182,9 cm de normale lengte behoorlijk. Het vrij slanke maar gespierde lichaam heeft een kleine lange smalle kop met een duidelijke overgang van het lichaam naar de nek.

De staart is van een gemiddelde lengte, bij een lengte van 120 cm is ongeveer 19 cm staart. De buikschilden zijn aan beide zijden voorzien van een zwak gekielde kant en samen met de nogal grote beweeglijkheid van de buikschilden geeft dat de korenslang de mogelijkheid om een goed houvast te hebben, zelfs op een voor het oog glad oppervlak. Dit wordt volledig benut wanneer deze in struiken en bomen klimt.

Andere namen voor de korenslang zijn: Maisslang, Rode Rat≠tenslang, Rode Klimslang. De basiskleur van het lichaam va≠rieert van geel-oranje, oranje-rood, roestkleurig tot grijs met rode of bruinrode vlekken op de rug. Aan beide zijden bevin≠den zich kleine vlekken in deze kleuren. De vlekken op het lichaam worden omringd door een zwarte rand. De kleur van de buik is meestal zwart-wit geblokt.

Biotoop

De korenslang is een slang die in uiteenlopende gebieden te vinden is. Zo vindt men hem in heuvelachtig terrein, bossen, prairies, steenhopen, maar ook op landbouwgronden en in schuren en kelders. De korenslang, die leeft van vogels en hun jongen, maar voornamelijk van knaagdieren, past zich zeer gemakkelijk aan, aan de gebieden waar zijn prooi te vinden is.

Klimaat

In zijn verspreidingsgebied is het meestal vrij vochtig, daar er gemiddeld per jaar 1000-2000 mm regen valt. S Zomers va≠rieert de temperatuur van 22 tot 27 graden. Het is te begrijpen dat er in het zuiden vaak een kleine winterrust is waarin de dieren vaak zonnen, terwijl er in het noorden duidelijk een winterslaap is van enkele maanden.

Gedrag                                                                                                                   

De korenslang is een zeer goede jager wat ook wel nodig is aangezien er weinig aan zijn eetlust mankeert. Wanneer hij jaagt gebeurt dit vrij rustig en beheerst, waarbij hij een terrein nauwkeurig onderzoekt op reuksporen. Wan≠neer hij een prooi heeft ontdekt nadert hij deze zeer behoed≠zaam tot hij op grijpafstand is, terwijl hij een andere keer explodeert als hij oogcontact heeft. In deze explosie wordt het prooidier bliksemsnel gegrepen en gewurgd. Na ongeveer 1 minuut als de slang geen hartslag meer voelt, wordt de kop opgezocht en de prooi verslonden.

Voortplanting

De korenslang plant zich erg goed voort. De vrouwtjes produ≠ceren normaal ieder jaar een legsel dat varieert van 9-25 eie≠ren. De paring vindt in het voorjaar plaats en de zwangerschap duurt 35-60 dagen (gemiddeld 45). De vorm en de grootte van de eieren hangen af van de grootte en de bouw van het vrouwtje. De lengte van de eieren is 30-61 mm en de diameter 18-32 mm. Het gewicht ligt tussen de 5 en de 12 gram. De eieren komen na 55 tot 75 dagen uit en de jongen zijn tussen de 20 en 35 cm lang.

Leeftijd

De hoogste leeftijd die een korenslang heeft bereikt is ruim 21 jaar (Perkins 1954). Gemiddeld kunnen we echter een leeftijd van 15 tot 18 jaar aanhouden. Deze leeftijden zijn gebaseerd op dieren in gevangenschap. Van de ouderdom van dieren in het wild is niets bekend.

Aanschaf

De aanschaf van een korenslang is eigenlijk geen probleem, omdat ze altijd wel te koop zijn, hetzij wildvang of nakweek dieren. Deze laatsten genieten de voorkeur, omdat zij meestal vrij zijn van parasieten of ziekten. Ook de leeftijd is bekend en de dieren zijn mensen gewend. Aangezien deze dieren tegenwoordig massaal gekweekt wor≠den is ook de prijs voor niemand een probleem.  Bij goede speciaalzaken zijn altijd wel gezonde dieren voor een redelij≠ke prijs te koop. Dat deze dieren makkelijk te kweken zijn blijkt wel uit het feit dat er behalve de gewone nominaat vorm er ook een zwarte, een red phase  en een snowcorn vorm is. Ook zijn er  nog allerlei variŽteiten met kleur≠rijke namen zoals creamsicle, ghost, Okeetee, blood red enz. Voor de beginnende liefhebber is echter de korenslang voor≠namelijk zeer geschikt, omdat ze meestal direct na aanschaf eten, (bijna) nooit bijten en voorspoedig groeien.

Het terrarium

Voor 1 volwassen dier is een terarrium van 80-50-50 voldoende, maar groter mag altijd. En vooral hoger is mooier omdat de dieren graag klimmen. Een geschikt terrarium voor de korenslang is vrij eenvoudig te maken en kan naar ieders beurs worden gebouwd en ingericht. Men kan een terrarium maken van een oud aquarium met een goede lichtkap (denk om ventilatie), tot terraria van steen, beton, glas, polyester en plaatmateriaal. Ik kies voor het laatste daar terraria van geplastificeerd spaanplaat vrij eenvoudig te maken zijn en slagvast zijn. Doordat alleen de voorzijde van glas is bieden zij de dieren vrij veel beschutting. De schuifruiten aan de voorzijde voor≠zien we van een slot, omdat er helaas te veel dieren ontsnap≠pen doordat er een ruit niet goed is afgesloten. Het terrarium voor de korenslang kan op verschillende manie≠ren worden ingericht, als bos, steengroeve, rotshelling, enz. In alle gevallen is het van belang dat er altijd fris water aan≠wezig is, als mede enkele (eenvoudig te bereiken) schuilplaat≠sen. Ik zeg met nadruk enkele, omdat geen slang hetzelfde is en ook iedere dag de temperatuur varieert. De dieren moeten kunnen kiezen. Als het b.v. boven in het terrarium te warm is, dan moeten de dieren zich ergens anders op hun gemak kun≠nen voelen. Hoewel de korenslang goed klimt zal hij toch meestal een schuilplaats op de grond zoeken. Wel moet men er voor zorgen dat de dieren altijd direct onder een warmtebron kunnen zonnen, b.v. om een prooi te verteren of als het gaat om zwangere dieren die een grotere behoefte aan warmte hebben. De temperatuur moet gemiddeld tussen de 24 en 28 graden zijn.                      

Verwarming

Een korenslang stelt geen speciale eisen aan de verwarming. Deze kan ook vrij eenvoudig verstrekt worden in de vorm van een gloeilamp o.i.d. van passend wattage, of door een zogenaamde verwarmingsmat. Dit is een verwarmingselement, opgebouwd uit weerstanddraad dat op of onder de bodem gelegd kan worden, zodat een gedeelte van het terrarium verwarmd wordt. In dit laatste geval moet men zich echter nog een verlichtingsbron verschaffen, b.v. een TL-buis. De totale verlichtingsduur moet ongeveer 12 uur bedra≠gen. Het verdient aanbeveling de verlichting/verwarming te regelen met een tijdklok.

Bodembedekking

Als bodembedekking kan men kiezen uit verschillende materi≠alen. Ervaren kwekers hebben met succes de volgende materi≠alen gebruikt: keukenpapier, kranten, turf, orchidbark en beu≠kensnippers. Ik adviseer om geen zand te gebruiken, omdat puur zand een onnatuurlijk materiaal is voor de meeste dieren. Het neemt weinig op en het terrarium zal snel gaan stinken. Ook kan het (fijne) zand tussen de schubben voor ontsteking≠en zorgen. Ook potgrond (aarde) is niet geschikt. Afgezien van het feit dat het vaak chemisch behandeld is gaat het schimmelen en brengt het soms ongewenste beestjes met zich mee.

Voeding

Een volwassen korenslang moet ongeveer 2 muizen per week krijgen. Pasgeboren dieren tot ongeveer 9 maanden oud krij≠gen zoveel als ze op kunnen. In de natuur voeden de koren≠slangen zich met levende prooi die ze eerst zullen doden door wurging. Ook in het terrarium kan met levende prooi worden gevoerd, maar er zijn een aantal redenen waar≠om de meeste professionele slangenhouders dode prooi aan≠bieden:

1. Een prooidier kan de slang bijten en daarmee wonden en gevaarlijke infecties toebrengen.

2. Dode prooidieren zijn in bevroren toestand te koop in alle maten en kunnen dus altijd op voorraad in huis zijn. Dit kan ook met levende muizen, maar die stinken een uur in de wind.

3. Als een levende muis of rat niet wordt gegeten graaft hij vaak gangen in het terrarium, knabbelt de achterwand kapot en urineert in het terrarium wat de hygiŽne niet ten goede komt. Ook moet het dier dan weer gevangen worden wat voor de slang stressend werkt, maar ook voor de muis of rat die het toch al niet naar zijn zin heeft en nogal agressief gedrag kan gaan vertonen.

4. Levende prooidieren kunnen ziekten mee brengen die door invriezen vaak uitgeschakeld worden. Daar komt nog bij dat alle korenslangen normaal gesproken dood voer gewoon ac≠cepteren en dit zelfs vaak eerst nog wurgen voor zij het nut≠tigen.

Vitaminen

Als de slangen worden gevoerd met prooidieren die worden gekweekt op verantwoord laboratoriumvoedsel zullen ze niet snel wat te kort komen, maar naar mijn inziens kan het geen kwaad af en toe een goed vitaminepreparaat toe te dienen. Dit is bij een goede reptielenspeciaalzaak te koop. Houdt u echter wel aan de aangegeven dosering. Onthoudt overdaad schaadt!! Het toedienen kan gebeuren door wat in het drink - of sproei≠water op te lossen, of door de vitaminen in de dode prooi te spuiten.

De waterbak

Een waterbak kan bestaan uit een mooi natuurgetrouwe water≠bak zoals die te koop is in reptielenwinkels, maar ook uit een eenvoudig plastic of stenen schoteltje. Vergeet plannen over stro≠mende watervallen in kleine terraria, deze zullen worden gesloopt of constant verstopt zijn, omdat slangen zich graag in het water ontlasten. Zorg ervoor dat de waterbak altijd schoon is. Om de dag verschonen is genoeg, behalve natuurlijk als de slang er wat in heeft gedeponeerd.

De vervelling

Als een slang goed eet zal hij regelmatig groeien. Dit is vooral bij jongen goed waar te nemen. Als een slang groeit wordt zijn zogenaamde opperhuid te klein. Op een bepaald moment zullen de huid en vooral de ogen van het dier een blauwe gloed gaan vertonen. Dit komt omdat ertussen de oude en de nieuwe huid een vloeistof wordt afgescheiden die het vervelling proces op gang brengt. Het dier heeft dan (bijna) nooit behoefte aan voedsel en kan het best in deze periode niet wor≠den gestoord. Na 3 tot 4 dagen zijn de ogen weer helder en na nog een aantal dagen zal de slang vervellen. Dit gebeurt ongeveer als volgt; de slang wrijft met de zijkant van de kop langs een ruw oppervlak zoals een steen of tak, op een gege≠ven moment barst de huid bij de lippen los. Hierna verankert de slang de huid tegen het oppervlak en kruipt uit de huid zoals wij een sok binnenstebuiten uittrekken. Dit hele proces neemt tussen de 15 minuten en 1 uur in beslag. Hierna zal de slang weer prachtig glanzen en ook behoefte aan voedsel heb≠ben. Een vervelling is altijd zon 15-20 % langer dan het dier.

Let op! Er mag nooit met levende prooi gevoerd worden als een dier in de vervelling fase zit, omdat de dieren dan geen behoefte aan voedsel hebben en de prooi de jager kan worden. Ik heb gevallen meegemaakt van aangevreten slangen die een zeer intensieve behandeling nodig hadden om te genezen. Als de dieren in de zomer af en toe eens 1 of 2 weken niet eten, is dit geen reden tot ongerustheid en zelfs wel eens bevoordelijk voor de ingewanden.

Hanteren                                                                                                

Het hanteren van een korenslang levert normaal gesproken geen problemen op. Het is niet zo dat een slang het lekker of prettig vindt om opgepakt te worden, maar ze wennen aan het verschijnsel. Als u een korenslang oppakt doe dit dan resoluut en niet schokkerig. Als u nerveus bent en trilt brengt u dit over op de slang die nu eenmaal door de evolutie bedeeld is met een enorme trillingsgevoelig≠heid. Laat de slang door uw handen kruipen en stuur hem slechts naar waar u hem hebben wilt. Knijp niet in het dier en zorg ervoor dat het niet valt.

LAAT EEN GROTE SLANG NOOIT OM UW NEK GAAN EN LAAT KLEINE KINDEREN NOOIT ZON≠DER TOEZICHT ALLEEN MET EEN SLANG, OOK AL HEEFT DEZE HET PREDIKAAT TAM!

Winterslaap/rust en kweken

Om te kweken met de korenslang moet men beschikken over gezonde en goed doorvoede exemplaren. Doorvoed betekent NIET vet, omdat vette dieren niet kweken. De dieren moeten regelmatig vitaminen krijgen en ook veel kalk. Om de dieren aan te zetten tot paren brengen we ze in een winterrust van eind november tot begin februari, bij een tem≠peratuur van 10-16 graden en een luchtvochtigheid van 80%.

Voor de dieren in winterrust gaan worden ze twee weken niet gevoerd, dit om te zorgen dat de darmen volledig leeg zijn, anders kan achtergebleven voedsel of ontlasting gaan rotten en ervoor zorgen dat een dier sterft. Na 2 weken geeft men het dier een lauw bad. Dan worden de lampen en verwarming uitgezet en de temperatuur als eerder genoemd gehouden. Dit gaat het beste als we de dieren gescheiden in b.v. koelkastdo≠zen o.i.d. gevuld met zaagsel en een klein waterbakje wegzet≠ten in een onverwarmde ruimte. De dieren worden niet meer gestoord, alleen om ze af en toe van vers drinkwater te voorzien.

Begin februari geven we de dieren ineens 16 uur licht per dag. Na 3 ŗ 4 dagen zetten we het wijfje bij het mannetje (niet andersom) en dan volgen meestal de paringen. Als de paring is beŽindigd scheiden we de dieren voor 2 dagen. Dit herhalen we enkele malen.

Paren de dieren niet na enkele dagen dan wachten we tot het wijfje verveld is, omdat ze dan een bepaalde geurstof afscheidt die een soort seksuele lokstof voor het mannetje is. De paring verloopt als volgt; het mannetje zal nadat het wijfje in zijn terrarium is geplaatst snel onrustig worden en schok≠kend door de bak gaan kruipen. Na een tijdje zal hij heen en weer over het wijfje gaan kruipen, ondertussen haar lichaam aftastend met zijn tong. Als het wijfje paringsbereid is zal zij langzaam met een gestrekt lichaam door de bak kruipen. Na verloop van tijd brengt het mannetje zijn staart onder die van het wijfje en brengt hij ťťn van zijn twee hemipenissen in haar cloaca (geslachtsopening). De paringsduur varieert van enkele minuten tot enkele uren. Heeft men de beschikking over maar ťťn terrarium, dan moet men wachten op spontane paringen die vaak op zich laten wachten tot enkele weken na de vervel≠ling.

De zwangerschap

Als het wijfje zwanger is zal ze afweerreacties t.o.v. het man≠netje gaan vertonen. Het is belangrijk haar regelmatig kalk en vitaminen te geven, ook als ze stopt met eten (drinkwater). De zwangerschap duurt gemiddeld 45 dagen. Op een gegeven moment zal het wijfje vervellen. Dan is het tijd om een leg≠doos in het terrarium te zetten, b.v. een koelkastdoos met dek≠sel waarin we een gat maken van ongeveer 4 cm diameter. De doos wordt gevuld met vochtig sphagnum, vochtig turfmolm o.i.d. Ook wordt de grote waterbak verwijderd om te voorko≠men dat hier de eieren in worden gelegd. De eieren worden gelegd tussen de 9 en 12 dagen na de ver≠velling.

De broedstoof en het uitbroeden

Een broedstoof is een medium om te zorgen dat de eieren uitkomen, aangezien slangen geen of nauwelijks broedzorg kennen. Het is niet belangrijk hoe het apparaat er uit ziet, maar OF het werkt. Ik heb in de loop der jaren een diversiteit aan broedstoven gebruikt in de vorm van klimaatkasten van duizenden guldens, babycouveuses uit het ziekenhuis, tempex dozen van de visafslag, omgebouwde ijskasten enz. De meest eenvoudige voor de beginnende liefhebber is echter de volgende. Neem een (oud) aquarium van ongeveer 50 of 60 cm bij 30-30 cm. Hierin maken we een plateau van ongeveer 10 cm hoog, b.v. van twee bakstenen op zon kant met daarop een glasplaatje. Laat rondom een ruimte van ongeveer 8 cm. Dek het aquarium dusdanig af met een glas≠plaat dat er een kiertje van ongeveer 5 mm voor luchtcirculatie open blijft (zie fig. 1, pag. 12). We vullen het aquarium tot ongeveer 1 cm onder het plateau met water. In het water plaatsen we een aquariumverwarming met thermostaat en stellen deze zo af dat de temperatuur van de lucht tussen de 26 en 28 graden blijft. Dit houdt in dat de ther≠mostaat op 30-32 graden moet worden afgesteld. Als het wijfje eieren heeft gelegd is het belangrijk deze zo min mogelijk te bewegen. Ze moeten zoals ze liggen in de broed≠stoof worden geplaatst! Hiervoor kiezen we een plastic doos voor broodbeleg o.i.d. met daarin een rooster van een stukje plastic gaas, dusdanig gebogen dat er een plateau ontstaat van 2 cm hoog. Onder dit gaas komt een laagje water van ongeveer 12 cm. De eieren worden rechtstreeks op dit gaas gelegd. Ook kunnen de eieren in vermiculite, aangemaakt met water worden gelegd. Dit is een isolatiemateriaal voor open haarden en kan in reptielenspeciaalzaken worden gekocht. Ongeveer  ťťnderde van het ei moet boven het substraat uitsteken. Als de eieren aan elkaar zijn geplakt mogen deze niet geschei≠den worden. Til de eieren rechtstandig uit de legdoos en plaats ze in dezelfde houding in de uitbroeddoos en sluit deze af. Deze doos plaatsen we op het plateau. Eťn maal per week halen we de deksel er af en waaieren even met de hand boven de eieren voor frisse lucht en controleren we of alles goed gaat. Losse bedorven (beschimmelde, stinkende, ingezakte) eieren worden verwijderd. Als de eieren bevrucht zijn komen ze uit na 55-75 dagen.

Het grootbrengen van de jongen

De jongen worden het liefst apart in kleine (b.v. krekel)doosjes geplaatst met daarin een stukje vochtig keukenpapier. Dit voorkomt uitdroging door de eierstruif (dooierresten) die vaak nog op het jong zit en het papier dient gelijk als schuilplaats. Na ongeveer een week zullen de jongen vervellen en kunnen dan voer aangeboden krijgen in de vorm van pasgeboren muisjes. De jongen kunnen we powerfeeden. Dit houdt in dat we zoveel voeren als de jongen op kunnen en willen. Als we de jongen warm houden op een mat zal de prooi binnen enkele dagen verteerd zijn en kunnen ze weer gevoerd wor≠den. Met zon strak voedingsschema zullen de jongen snel groeien en overeenkomstig vervellen, gemiddeld iedere 3 tot 4 weken. Als de jongen ongeveer 9 maanden oud zijn passen we het schema aan naar 2 muizen per week.

Kweekvormen

Aan het selectief kweken en kruisen door serieuze liefhebbers en professionele kwekers is het te danken dat we de laatste jaren kunnen beschikken over een groot aantal kleurmutaties. Ik ga hier niet verdedigen of deze mutaties mooi zijn of gene≠tisch verantwoord. Iedere liefhebber heeft een andere smaak en mag zelf beslissen wat hij of zij koopt. Een feit is echter dat de mutaties op beurzen e.d. altijd zeer gewild zijn en de prijzen zijn evenredig daaraan. Het verhaal dat albinos e.d. zwak zijn moet ik naar het rijk der fabelen verwijzen. Ik heb er in de loop van de jaren honderden gekweekt en nooit iets van een afwijking gehad.

Red phase

Deze vorm mist het zwarte pigment en heeft daardoor een gebleekt voorkomen met rode ogen. Dit was de eerste albino vorm.

Snow

Dit is een volledige witte korenslang met nog een hele lichte vorm van vlekken en rode ogen.

Black (melanistisch)

Deze vorm mist het rode en gele pigment en heeft een zwart of grijs uiterlijk. Deze vorm wordt vaak ten onrechte zwarte albino genoemd.

Miami phase

Een korenslang met een fel rode en oranje vlekken op een zilvergrijze achtergrond, genoemd naar het gebied waar deze vorm vaak in de natuur voorkomt.

Andere vormen

Verder zijn er nog gestreepte, bloedrode, zig - zag, Okeetee, motley, creamsicle enz. Voor ieders beurs en smaak is er wel een kleurmutatie te vin≠den!!!

Het seksen van de jongen

Jonge dieren tot enkele weken oud kunnen worden gepopt. Dit is een handeling waarbij de bij de mannetjes aanwezige hemipenis naar buiten wordt gemanipuleerd door druk. Bij een wijfje resuleert dit natuurlijk in niets. Grotere dieren moeten worden gesondeerd. Dit is het inbrengen in de staartbasis van een knopsonde waarmee gepeild wordt of het om een mannetje gaat waarbij de sonde maximaal 8 staart≠schubben of om een wijfje waarbij de sonde soms niet meer dan 2 schubben passeert.

WAARSCHUWING: Het seksen van jongen mag alleen worden gedaan door zeer ervaren personen, omdat anders toebrengen van blijvende schade aan de dieren tot de mo≠gelijkheid behoort!!!

Informatiebeheer

Van alle voedingen, vervellingen en dergelijke kan een data≠bank worden bijgehouden. Voor de liefhebbers kan dit in de computer, voor een ander in een schrift o.i.d. Het belangrijkste is dat we altijd op de hoogte zijn van het gedrag van onze dieren. Elke afwijking in voedingsgedrag enz. is  meteen te constateren. Een eenvoudige datakaart kan hier uitkomst bieden. Hij hoeft niet meer dan de noodzakelijke gegevens te bevatten en kan voor elk dier steeds opnieuw worden aangemaakt. Ook kan voor elk dier een apart schrift worden ge≠bruikt waardoor de vaste gegevens maar ťťn maal ingevoerd hoeven te worden. In de loop der jaren heb ik dergelijke kaarten vaak geraad≠pleegd in periodes van paringen ter vergelijking, maar ook bij het schrijven van artikelen met betrekking tot kweekresultaten in terrariumbladen.

HygiŽne

Eťn van de  belangrijkste facetten van het verzorgen van slangen is hygiŽne. Zorg altijd dat de waterbak schoon is en helder water bevat. Laat ontlasting nooit liggen en verschoon de bodem regelmatig. Reinig na iedere keer dat u uw dieren heeft gevoerd, gehanteerd of schoongemaakt uw handen, voederpincetten, slangenhaken enz. Onthoudt dat de mogelijkheid van een in≠fectie altijd bestaat. Zelf ben ik een aantal maanden behoorlijk ziek geweest van een salmonella -bacterie en ik kan u verzeke≠ren dat dit, gepaard gaande met een aantal vervelende onder≠zoeken een hele onprettige periode is geweest.

Quarantaine

Plaats nooit nieuwe dieren zo maar bij uw reeds bestaande collectie, maar zorg dat u eerst zeker weet dat uw nieuwe dier gezond is. Check of het dier geen resten van oude vervelling≠en heeft, of de cloaca schoon is en vrij van b.v. diarree. Onderzoek het dier op bulten, wonden, verse littekens e.d. Ook mijten zijn bij een nauwkeurig onderzoek snel te bespeu≠ren. Het beste is een quarantaineperiode van 3 tot 12 weken om te zien of het dier eet en verder gezond is. Maar ik ben mij ervan bewust dat niet iedereen het geduld noch de middelen heeft om dit uit te voeren. Wel adviseer ik ten zeerste om minimaal een ontlastingmonster te laten onder≠zoeken bij b.v. een dierenarts of Culture-facts, om zeker te zijn dat het dier niet ziek is en bij het eventueel aantreffen van een bacterie o.i.d. meteen stappen te kunnen ondernemen. Ik laat al mijn dieren ťťn maal per jaar onderzoeken. Voor een paar tientjes heb ik een hoop zekerheid!

Enkele veel voorkomende ziekten en afwijkingen

Problemen met de vervelling

Het kan voorkomen dat een slang zijn oude huid niet in ťťn keer verliest, maar dat deze er in stukjes af komt. Dit is vaak te wijten aan verkeerde omstandigheden in het terrarium zoals een te droge lucht. Dit kan worden voorkomen door regelma≠tig (2 of 3 maal per week) s avonds te sproeien met lauw water, zeker in de tijd dat de slang in een vervellingfase zit. Mocht het toch nog eens voorkomen dat een slang slecht ver≠velt, dan kan de oude huid worden verwijderd door het dier in een natte slangenzak of kussensloop te plaatsen die we daarna in het terrarium plaatsen. Na een uur of twee halen we het dier uit de zak en wrijven in de richting van de staart het oude vel eraf. We kunnen het dier ook een uurtje in b.v. een emmer met een klein laagje warm water plaatsen (wel afdekken). Daarna kunnen we de oude huid verwijderen. Speciale aandacht moeten we besteden aan de huid rond de ogen. Komt het regelmatig voor dat ťťn of meerdere dieren slecht vervellen dan kan het ook zijn dat de dieren vitaminen tekort komen. Regelmatig toedienen van een multivitamine preparaat kan dan uitkomst bieden.

Voedselweigering

Slangen vasten vaak enkele malen per jaar om uiteenlopende redenen; b.v. een nieuw terrarium, een nieuwe partner, aankon≠diging van de winterslaap/rust, stress, paringstijd enz. Als u er zeker van bent dat uw dieren gezond zijn kan het geen kwaad als zij eens enkele weken niet eten. Wel moet u blijven opletten of uw dieren geen abnormaal gedrag gaan vertonen. 

Braken

Braken komt voor als slangen gehanteerd worden kort nadat ze hebben gegeten. Ook wil een plotselinge grote hoeveelheid licht, b.v. als s nachts de lichten nog eens worden aangedaan, voor braken zorgen. Dieren die te koud zitten en hun voedsel niet kunnen verteren braken ook na enkele dagen hun prooi weer uit. In al deze gevallen gaat het om een incident. Houdt het braken aan dan is het wijs contact op te nemen met een ter zake kundige.(Zie Gastro-enteritis)

Salmonella

Er wordt in slangen een aantal stammen van de salmonella-bacterie aangetroffen. Ernstige gevallen kunnen stinkende groene ontlasting en diarree veroorzaken. Een antibioticakuur in overleg met een dierenarts is vaak afdoende.

Wormen

Parasitaire wormen komen in de ingewanden van veel slangen voor. Dit zorgt normaal niet voor veel problemen, maar als een dier langere tijd niet eet kunnen deze wormen de over≠hand nemen en een dier totaal verzwakken. Behandeling met een ontwormings middel is doeltreffend mits de diagnose snel wordt gesteld en de dosering nauwkeurig wordt gehandhaafd.

Mijten

Mijten zijn kleine rode tot bruine parasieten die op de huid en tussen de schubben van slangen leven. Vaak zien we een witte stof op het slangenlichaam, dit is de ontlasting van de mijten. Mijten zijn bloedzuigers die de slang snel kunnen verzwakken en allerlei ziekten kunnen overbrengen. Vaak worden ze mee≠gebracht door prooidieren (zie voeding). Om de mijten uit te schakelen kopen we een VAPONA-cas≠sette, een middel tegen vliegende insecten. Deze gifbevatten≠de plastic box wordt d.m.v. een schuif geopend en in het terra≠rium geplaatst nadat de waterbak is verwijderd. Na 24 uur wordt de cassette verwijderd, om na 10 dagen nog eens 24 uur in het terrarium geplaatst te worden, om ook de neten en eitjes te doden. Hierna zullen we normaal gesproken weer voor langere tijd van de mijten verlost zijn.LET OP vergeet niet na verwijdering de cassette te sluiten.    Verder is er ook nog Neguvon poeder wat opgelost in water dient te worden verneveld, en er zijn nog diverse soorten in de vakhandel verkrijgbaar.       Zorg ervoor de handleiding precies op te volgen.

Verkoudheid en longontsteking

Verkoudheid en longontsteking ontstaan vaak door koude natte bakken en tocht. Zorg dat de bodem van het terrarium altijd relatief droog blijft. Let op tocht als u de dieren uit het terrarium haalt! Mochten uw dieren toch eens verkouden wor≠den dan ziet u dit vaak aan de ademhaling. Vaak houden ze hun bek een stukje geopend en ademen pompend, ook komt er vaak wat slijm uit de neus en de mond. Verhoog de tempe≠ratuur tot ong. 35 gr. en sproei twee maal per dag de bak nat. Als er na twee weken geen verbetering optreedt moet een dierenarts worden geraadpleegd.

Gastro-enteritis

Deze ziekte wordt veroorzaakt door een amoebe, Entamoebe invadens die voorkomt in het spijsverteringskanaal. De ziekte kan in korte tijd tot de dood van een slang leiden. De symptomen zijn uitbraken van een prooi en een witte slijmachtige ontlasting. Deze ziekte is zeer besmettelijk en dieren die hieraan leiden moeten meteen worden geÔsoleerd. Als er zeer snel een diagnose wordt gesteld is een dier nog met medicijnen te redden.

Flagelaten

Flagelaten zijn inwendige parasieten die voor het blote oog niet te zien zijn. Een zware flagelateninfectie kan dodelijk zijn. Flagelaten tasten de darmwand aan en doordat deze ver≠nietigd wordt kan het dier geen voedsel meer verteren. De symptomen van flagelaten zijn een verlies van eetlust en een donkere en losse ontlasting. Ook braken komt voor. Als dit bij een van uw dieren voorkomt moet u meteen een ontlastingon≠derzoek laten doen. Als er overgrote aantallen aangetoond worden moet het dier worden behandeld. Besmette dieren≠moeten worden geÔsoleerd en behandeld worden met flagyl in samenspraak met een dierenarts.

Mondrot (Stomatitis ulcerosa):

De ziekteverwekkers

Van Stomatitis ulcerosa bestaan twee vormen. De meest voor≠komende vorm wordt veroorzaakt door bacteriŽn, vooral Aer≠omonas sp. en daarnaast Pseudemonas fluorescens en Pasteu≠rella haemolytica. Als tweede vorm (zeldzaam) komt een schimmel voor, namelijk Canida albicans.

Het begin van de ziekte

Stomatitis ulcerosa ontstaat vaak als dieren met te veel exem≠plaren in te kleine en onhygiŽnische onderkomens worden gehouden. De bacteriŽn die sommige dieren herbergen, wor≠den zo gemakkelijk overgedragen, vaak via het drinkwater en kunnen zich ongehinderd vermeerderen. Deze kunnen dan een ernstige bedreiging gaan vormen voor hun steeds zieker wor≠dende gastheer.

Het ziektebeeld

Het ziektebeeld uit zich meestal in eerste instantie in voedsel≠weigering en typisch gedrag, wat gepaard kan gaan met bek wrijven en met de bek een stukje open liggen. Dit laatste komt door irritatie in de bek die in het beginstadium van de infectie rood en wat opgezwollen is. In de bek zien we verder een verhoogde slijm productie wat zich vooral in een gevorderd stadium manifesteert in bemoeilijkt ademen. Ook ontstaan er slijmvliesbeschadigingen in de hele bek en soms in de keel. Rond de tanden gaat zich onder invloed van bacteriŽn een witgele kaasachtige laag van afstervend weefsel vormen. De infectie begint meestal in de bek, van waaruit zij zich naar andere lichaamsdelen kan verspreiden. De infectie kan echter ook primair in andere lichaamsdelen ontstaan en leidt, als er geen maatregelen worden genomen, onherroepelijk tot de dood.

De bestrijding van de ziekte

Voeg per liter drinkwater 6 ml HCL 1 (zoutzuur 1-normaal) toe en ververs dit iedere dag. Maak de bek van het zieke dier minstens twee maal per dag schoon met waterstof peroxyde 3%. In de bek moeten eventuele losse tanden en afgestorven weefsel worden verwijderd en daarna moet de bek worden gespoeld met aangezuurd water. Mocht er binnen 10-14 dagen geen verbetering optreden dan is het raadzaam een dierenarts te raadplegen voor een antibio≠ticabehandeling. Voor de bovenstaande behandeling is van een bacteriŽle besmetting uitgegaan. Mocht echter een micros≠copisch onderzoek uitwijzen dat een schimmel de verwekker is (komt zelden voor) dan geldt een andere behandeling. In het begin behandelt men het dier precies hetzelfde, alleen wordt i.p.v. een lokaal antibioticum nu een anti schimmelpreparaat gebruikt, bv. Nystatine. Nystatine is zowel in zalfvorm als in pillen van 500.000 I.E. te verkrijgen. Deze pillen zijn te prefe≠reren boven de zalf, omdat aanbrengen van zalf in de bek het ademen weer bemoeilijkt. De pillen kunnen worden fijn ge≠stampt en met 1 ml Glycerine worden vermengd. Dit papje is gemakkelijk in de bek te verspreiden. Mocht dit geen resultaat geven dan kunt u de aangetaste tanden voorzichtig verwijde≠ren. Dit kan korte tijd hevig bloeden, maar de bloeding stopt vrij snel. U kunt als het gestolde bloed verwijderd is de bek behandelen met de genoemde oplossing. Deze behandeling kunt u wekelijks herhalen, tot de bek geheel genezen is.

Bron:John Bakker