Hallo, bezoeker | Login | Maak een gratis account.

Gekko

Gekko

Beschrijving:

Gekko's (Gekkonidae) zijn een grote familie van hagedissen. De naam gekko is afgeleid van de klikkende tot gillende geluiden die veel soorten produceren, vooral in de paartijd.

Algemeen

Gekko's verschillen van andere hagedissen door een aantal kenmerken. Zo zijn de schubben meestal veel fijner waardoor de huid veel flexibeler is. Nadeel is dat de huid makkelijker scheurt als een exemplaar wordt opgepakt of aangevallen. Veel soorten gekko's gebruiken de staart als vetopslag, veel andere hagedissen kunnen dat minder goed omdat de schubbenhuid stugger is. De meeste gekko's, met uitzondering van de onderfamilies Aleuroscalabotinae en Eublepharinae, hebben doorzichtige oogleden die als een bril op het oog geplakt zitten en meevervellen.

De oogleden zijn doorzichtig zodat de gekko er doorheen kan kijken. Ter bevochtiging van de ogen likt de gekko met de tong over de oogleden. De meeste gekko's hebben klevende gleufjes onder de tenen, waarmee ze over de gladste oppervlakken kunnen lopen, zie ook het kopje bijzonderheden. Deze kleefkussentjes ontbreken bij soorten die op de bodem leven, zoals in woestijnen, omdat ze hier alleen maar last van zouden hebben. Deze bodembewonende soorten hebben ondoorzichtige, beweegbare oogleden omdat ze vaak graven, een 'bril' zou dan maar beschadigen.

Gekko's variŽren in lengte van iets meer dan een centimeter tot 20-30 centimeter inclusief staart. Weinig soorten worden veel langer, de langste ooit was ruim 60 cm, maar deze soort is waarschijnlijk uitgestorven. Veruit de meeste gekko's zijn nachtactief en hebben camouflagekleuren als grijs en bruin, slechts enkele soorten hebben felle kleuren zoals de groene boomgekko (Naultinus manukanus) en de Madagaskardaggekko's uit het geslacht Phelsuma. Deze soorten zijn dagactief en rusten 's nachts.

Bijzonderheden
Microscopische opnames van de lamellae: links de onderzijde van de teen met de gleufjes, in het midden zijn de zeer fijne haartjes zichtbaar en rechts is te zien dat ook deze vele uitlopers hebben die het hechtoppervlak nog sterker vergroten.

Gekko's staan bekend om hun vermogen om tegen allerlei oppervlakken te klimmen, zelfs verticaal en ondersteboven op glas, het komt ook voor bij veel anolissen, zoals de roodkeelanolis (Anolis carolinensis). Dit doen ze door middel van speciale gegleufde kussentjes op hun tenen, ook wel lamellae genoemd. Jarenlang werd gedacht dat het hechtoppervlak een 'klittenbandachtige' werking had. Onlangs bleek dat dit wel ongeveer klopte, maar de hechting wordt niet veroorzaakt door draadjes die in elkaar haken, maar door haartjes die uitlopers hebben die zo klein en talrijk zijn, dat een natuurkundig verschijnsel zichtbaar wordt: de Vanderwaalskrachten. Dit treedt alleen op als het gecreŽerde hechtoppervlak enorm veel groter is dan het echte hechtoppervlak. In het dagelijks leven spelen deze krachten geen rol, er is alleen iets van te merken als de schaal heel erg klein wordt, zie ook 1). De gekko kan deze krachten echter niet 'aan' en 'uit' zetten, hij plakt vast aan een oppervlak zodra de tenen contact maken, en kan pas weer los komen door de tenen in een hoek van ongeveer dertig graden op te lichten. Het bijzondere aan deze aanpassing is dat het systeem altijd werkt, er zijn geen vloeistoffen of andere stoffen benodigd.

Een andere eigenschap van gekko's is dat ze hun staart kunnen afwerpen als ze hieraan worden vastgegrepen. De staart breekt af bij een speciaal breukvlak in de staartwervels. Hij groeit daarna aan en zal bij alle latere keren weer daar afbreken. Dit verschijnsel heet autotomie en ziet men ook bij veel andere hagedissen, maar ook bij regenwormen, sommige vissen en veel geleedpotigen, hoewel er hierbij ook wel sprake is van regeneratie.

Sommige gekko's kunnen meer dan 10 jaar oud worden.

Levenswijze

Vrijwel alle gekko's zijn schemer- of nachtactief, en schuilen overdag in bomen, struiken of onder stenen. De nachtactieve levenswijze is af te zien aan de ogen, die een verticale en spleetvormige pupil hebben. Slechts enkele soorten zijn dagactief, zoals de Madagaskardaggekko's en soorten uit de geslachten Naultinus en Gonatodes, zoals de geelkopdaggekko (Gonatodes albogularis) uit het Caribisch gebied.

's Nachts wordt gejaagd op kleine ongewervelden, alle gekko's leven in hoofdzaak van insecten. Alleen grotere soorten eten soms kleine gewervelden, zoals andere gekko's, veel gekko's eten als ze de kans krijgen ook hun eigen jongen (kannibalisme). Madagaskardaggekko's snoepen wel eens nectar of vruchtsappen maar zijn een grote uitzondering binnen de hagedissen.

Met name de huisgekko's uit het geslacht Hemidactylus worden in warmere streken erg gewaardeerd omdat ze zich weinig aantrekken van de mens en in stedelijke gebieden enorme hoeveelheden insecten opruimen, zoals huiskrekels en kakkerlakken. Er zijn echter ook soorten die vanwege de schreeuwerige paargeluiden wat minder geliefd zijn.

Sommige gekko's, zoals de tokeh (Gekko gecko) kunnen gemeen bijten, maar alleen als ze worden opgepakt en meestal wordt eerst luid gesist of een schreeuwend geluid gemaakt en wordt de bek wijd opengesperd als waarschuwing. Een aantal soorten gekko's is populair in de dierenhandel, zoals veel Phelsuma- soorten en de woestijngekko.

Ontwikkeling

De voorouder van de gekko's was de uitgestorven familie Ardeosauridae. Het oudst bekende lid is de 150 miljoen jaar oude Ardeosaurus. Het is nog onbekend hoe de zeer kleine haartjes onder de tenen zich hebben ontwikkeld. Die kleine haartjes gebruiken ze om langs horizontale, verticale en diagonale oppervlakken te klimmen.

Bron: Wikipedia