Hallo, bezoeker | Login | Maak een gratis account.

Muskusrat - Bisamrat

Muskusrat - Bisamrat

Beschrijving:

De muskusrat of bisamrat (Ondatra zibethicus) is een knaagdier uit de onderfamilie der woelmuizen. Het dier wordt op de menukaart ook wel als waterkonijn aangeduid. De muskusrat is de enige nog levende soort uit het geslacht Ondatra. Hij komt oorspronkelijk enkel in Noord-Amerika voor, maar leeft tegenwoordig als exoot in Europa en Noord-Azië. De muskusrat wordt ook gefokt in de bontindustrie. Het bont komt onder de naam bisam op de markt.

Kenmerken

Het dier heeft een kop-romplengte tussen 25 en 40 centimeter met een sterke, zijdelings afgeplatte staart met een lengte van 19 tot 28 centimeter. Het kan een gewicht bereiken van 1700 gram, ongeveer vier keer zo zwaar als de bruine rat. Hij is het eenvoudigst te onderscheiden van andere aquatische knaagdieren door zijn grootte: de bruine rat en de woelrat zijn kleiner, de bever en de beverrat worden groter. De achterpoten zijn langer dan de voorpoten, en hebben een franje van stijve borstelharen. De tenen aan de achterpoten zijn gedeeltelijk van zwemvliezen voorzien. De afdruk van een voorvoet van de muskusrat is 25-30 mm breed en tot 30 mm lang. Die van de achtervoet is 35 mm of meer breed en tot 65 mm lang. Beide poten hebben vijf tenen, maar de binnenste teen van de voorpoot is zo klein dat hij in de sporen maar zelden te zien is. De afdruk van de achterpoot laat wel vijf tenen zien.

Gedrag

De muskusrat is een zeer goede zwemmer en duiker, waarbij hij de staart gebruikt voor de voortstuwing. Onder water kan hij zo lange afstanden afleggen.

Hij is voornamelijk 's nachts en in de schemering actief. De muskusrat leeft voornamelijk van planten, zoals zegge en paardenstaarten. Soms eet hij ook tweekleppigen en vissen.

De muskusrat leeft langs zoetwater, zowel stilstaand als stromend water (bijv. rivieren, meren), met begroeide oevers. In de oever graaft hij een gang, waarvan de ingang meestal onder het wateroppervlak ligt. Een tweede gang dient als ventilatieschacht. 's Winters legt hij een burcht aan van gras en riet, die minstens twee kamers en een opslagkamer heeft. Deze burcht ligt op een kalm, in het binnenland gelegen water, en bestaat uit een platform met een koepelvormig dak.

De voortplantingstijd duurt van maart tot november. In het voorjaar trekken jonge mannetjes eropuit om een vrouwtje te zoeken. Een paartje vestigt zich in een nieuw hol bij ondiep water. Nadat de jongen zijn geboren, trekt het mannetje in een aparte kamer. Enkel het vrouwtje zorgt voor de jongen. In het najaar zoeken ze een plek om te overwinteren bij dieper water.

Een vrouwtje kan tussen april en november elke 28 dagen een nest werpen, maar meestal heeft een vrouwtje één tot drie worpen per jaar. Na een draagtijd van 25 tot 30 dagen worden één tot elf jongen geboren (gemiddeld vijf tot zeven). Na 21 tot 28 dagen worden de jongen gezoogd.

Jongen verspreiden zich zelden ver weg van het ouderlijke woongebied. Een burcht wordt meestal zo'n acht meter van het ouderlijk nest aangelegd. Een jonge moer is na 6 maanden geslachtsrijp (kan dus in het jaar van geboorte al haar eerste jongen werpen) en een jonge ram na 12 maanden.

De muskusrat wordt maximaal tien jaar oud in gevangenschap, in het wild ongeveer drie jaar oud. Veel jongen (tussen de tachtig en negentig procent) redden de eerste winter niet.


Het dier komt van nature voor in Noord-Amerika en is door de mens in het begin van de twintigste eeuw geïntroduceerd in delen van Europa, als jachtdier en voor op pelsdierboerderijen.

De vacht van de muskusrat is namelijk een gewild bont. Een Tsjechische graaf nam van een jachtreis door Alaska een paar van deze pelsdiertjes mee naar huis. Hij zette ze uit in een visvijver op zijn buitenverblijf in Bohemen, voerde ze nog een tijdje bij met wortels en aardappelen en hield ze een seizoen in bedwang.

Toen ging de graaf op jacht en legde er in korte tijd meer dan dertig neer. De graaf bleek achteraf toch niet zo’n heel goede schutter. Tien jaar later schatten deskundigen het aantal dieren in een straal van honderd kilometer rond het buitenverblijf op ongeveer twee miljoen.

De muskusratten bereikten in 1919 Finland, in 1930 het Verenigd Koninkrijk en in 1950 Zweden. De soort werd in 1937 in het Verenigd Koninkrijk uitgeroeid.

De muskusrat komt inmiddels ook voor in gebieden in Argentinië en Chili.

In Nederland

Omdat het dier de gewoonte heeft om gangen en holen te graven in dijken vormt de muskusrat in Nederland een bedreiging voor de veiligheid. Dieren breken hun benen en dijken zakken in. Daarom wordt in Nederland veel moeite gestoken in het vangen en verdelgen van deze dieren. Waar natuurlijke vijanden ontbreken, kan de muskusrat zich snel in aantal vermeerderen, mede door de snelle voortplanting.

In Nederland worden de dieren vaak in veen-weidegebieden aangetroffen, omdat de bodem zich hier goed leent voor het graven van gangen. In de veen- en waterrijke gebieden van Zuid-Drenthe en Noord-Overijssel komen verhoudingsgewijs veel muskusratten voor. Ten dele wordt dit veroorzaakt doordat er in het aangrenzende Duitsland niets wordt gedaan aan de bestrijding.

Bron: Wikipedia